In het midden houden drie krachten elkaar in evenwicht: het touw trekt naar links, het touw trekt naar rechts, en de last trekt naar beneden. Zet je ze kop-aan-staart, dan sluiten ze precies tot een driehoek.
Bij dezelfde persoon in het midden. Hoe strakker de brug, hoe groter de kracht op touw en ankers.
Formules. Hoek α = arctan(2·d / L). Draagvermogen F = 2·T·sin α. Benodigde touwkracht bij last F: T = F / (2·sin α). Ankerkracht horizontaal H = T·cos α, verticaal V = T·sin α.
Aannames. Eén last precies in het midden, het eigen gewicht van het touw en de rek van het touw zijn verwaarloosd. In werkelijkheid rekt het touw als iemand erop staat, waardoor de doorzakking groter wordt en de kracht iets lager uitvalt. Houd een veiligheidsfactor van minstens 5 aan op de breeksterkte, en reken knopen mee: een knoop kan de sterkte met 30 tot 50% verlagen.